
4 tips voor een gelukkige grazer
Net als wij, gaan ook de paarden in de lente weer vaker naar buiten. In de wei kunnen ze heerlijk grazen en drinken, genoeg beweging krijgen, maar ook contact zoeken met hun soortgenoten. Zo’n paardenleven is namelijk een erg sociale aangelegenheid. Er komt wel wat kijken bij het naar buiten laten van de paarden, zo moeten ze de mogelijkheid tot bescherming en beschutting hebben, bij dagen met felle zon en veel insecten. Ook moet er gelet worden op de voeding die paarden binnenkrijgen wanneer ze in de wei staan. Hoe zorg je er nou voor dat je paard een gelukkige grazer blijft? Deze vijf tips helpen je op weg!
Even wennen aan het buitenleven
Paarden zijn over het algemeen vrij gevoelig voor veranderingen. Wanneer de stal het vertrouwde plekje is, kan naar buiten gaan zorgen voor onzekerheid en onrust. Ook kan jouw paard last krijgen van maag- en darmklachten door de verandering in het voedselpatroon. Het is daarom belangrijk dat je je paard de tijd gunt om te wennen aan het buitenleven. Dit kun je doen door je paard niet plotseling 24 uur buiten te zetten, maar te beginnen met één of twee uurtjes per dag. Ook kun je werken met stripbegrazen. Bij stripbegrazen zet je de wei af met een draad, zodat het paard niet gelijk te veel gras kan eten. De draad kun je vervolgens steeds iets verder verplaatsen.
Niet te veel, niet te weinig
Het is belangrijk dat je paard niet te veel gras eet, maar er moet wel voldoende aanwezig zijn. Wanneer er te weinig te grazen valt, wordt een paard namelijk minder kieskeurig. Dit kan ervoor zorgen dat het paard bepaalde planten gaat eten die hij beter over kan slaan. Plantenvergiftiging wil je natuurlijk liever voorkomen dan genezen. Om dit te doen kun je letten op de hoeveelheid gras in de wei, bijvoeren als dat nodig is, en in en rondom de wei controleren op giftige planten. Voorbeelden van giftige planten voor paarden zijn vingerhoedskruid, eikels en esdoorn.
Vul het water bij, dan is je paard blij
Het klinkt voor de hand liggend, maar zorg ervoor dat je paard altijd voldoende schoon drinkwater heeft. Een automatische drinkbak is het meest ideaal, maar je kunt ook zelf dagelijks het water checken. Daarnaast is het belangrijk dat het water vers en schoon is, anders wordt het een walhalla voor muggen. Probeer daarom minimaal twee keer per week het water te verversen.
Bescherming en beschutting
Niets vervelender voor je paard dan een zwerm insecten om hem heen of een brandende zon op de vacht. Het is daarom handig als je paard een schuilplaats in de wei heeft, waar hij beschut en bij voorkeur enigszins droog kan staan. Nu hoef je niet gelijk een nieuwe schuur te bouwen als je paard overdag buiten staat. Je kunt er ook op letten dat er langs de wei bomen en struiken staan of zorgen voor een simpele overkapping, die je eventueel (tweedehands) kunt kopen.
Natuurlijk is ieder paard anders en hebben ze stuk voor stuk hun eigen behoeftes. Deze tips hoef je dan ook niet te zien als vaste regels, maar kunnen je wel helpen om uit te zoeken wat jouw paard wel of niet fijn vindt. Zo kunnen jij en je paard voortaan samen genieten van het lenteweer!